|
|
Opgetekend:
27 maart 2006..
Doembeelden duiken op de aarde. De mensheid is
bang voor de grote afrekening. Een ieder voelt aan dat de tijden
zijn veranderd; veel onheil, rampen en ziekten op moedertje
aarde..
De gedachte van de mensheid is of men het over zichzelf heeft
afgeroepen.. Was men dan toch teveel met de welvaart bezig? En
heeft men vele situaties niet willen zien?
Men keek wat er gebeurde maar deed de ogen dicht. Men kapte de
vele bomen en verwondde de aarde, maar men wilde het niet zien.
De misdaad en onrecht tegenover de naaste groeide maar men kneep
de ogen dicht. De epidemieën groeiden, ziekten en plagen tieren
welig. Maar ook dat wil men niet zien. De verloedering ging
verder. De mensheid verloor zijn sociale gedrag, maar men leefde
in welvaart verder en deed of men het niet zag..
En nu, de tekenen komen, de aarde wordt opgeschud. Nu klaagt men
steen en been en vreest dat het fout kan gaan. Nu de tijden
keren en de mens de beproevingen voelt, nu begint men bang te
worden en willen bepaalde mensen gaan leren.
Zo groeit het positieve gedrag, wordt de mensheid opgetild.
Worden de angsten overwonnen en de gemoederen gestild.
Als men met goede intentie wilde leven hoeft men nooit bang te
zijn. Dan blijft u verschoond van rampen en verdriet.
Men hoeft alleen maar hulp te geven. Ieders les is immers vooraf
uitgeschreven.
Als men alles in liefde ziet hoeft men niets te vrezen. Dan
blokkeert uw levensweg niet.. |
|
|
|