|
|
Opgetekend: 16 juli
2004...
De boot heeft veel averij opgelopen.
Vele signalen die door de tijden zijn gegeven komen nu aan de oppervlakte.
Heel lang is er te weinig naar geluisterd.
De schade aan de boeg is aanzienlijk.
Het voorplecht (het aanzien) is behoorlijk aangetast.
Moeizaam kruipt hij door de golven, een spoor van moeilijkheden met zich
mee trekkend.
Vrij onzichtbaar op die uitgestrekte zee, de bootsman probeert zijn blik
te verruimen.
Kan hij zo voortgaan, of moet hij de opgelopen averij eerst repareren?
Wat maakt het uit, denkt hij, als de boot kapseist?
Wie zal er om mij treuren?
De vele klappen in mijn bestaan zijn toch niet uit te wissen dus waarom
doorgaan..?
Dan verschijnt er een lichtstraal.
Zacht overspoelt hij de boot en zijn inzittenden.
Kijk, wil hij aanduiden, kijk naar deze prachtige boot.
Ondanks al zijn butsen en builen is hij zeer stabiel.
De verf die er op zit is er eigenhandig op aangebracht.
Waarom geen nieuwe bus verf gebruiken?
Niet om over de gaten heen te schilderen, nee repareren tot in de kern.
Het houtrot eruit, bijschuren, en dan voorzien van 'n prachtige glimmende
laag.
Dan kan de boot gestadig verder, op weg naar de volgende haven.
Alle problemen trotserend totdat hij, op koers, de uiteindelijke
bestemming bereikt. |
|
|