|
|
Opgetekend: 26 september 2002..
Een donkere havik hangt boven
het ravijn, de mens balanceert op het touw.
De angst voor de grote vogel drukt zich weg, als men spiegelt in een tomeloze diepte.
De mens, zo nietig, zo totaal overgeleverd, maar met een vurige
passie.
Een hang om te leven, te overwinnen, hangt te bundelen boven een grenzeloze diepte.
Flarden schieten door het hoofd.
Vele situaties waarvoor men geplaatst werd komen boven, maar niet één is te vergelijken met deze grote krachtmeting.
Onverschrokken denkt men te kunnen overleven, maar in deze is
volledige overgave vereist.
Het volledig laten leiden door Hem die het totale overzicht heeft.
Hier is geen eigen inbreng bij aanwezig.
De wil om te komen, daar waar de ziel je naar toe kan brengen, ligt volledig in de handen van het allerhoogste.
Vele kanten mocht men lopen, wegen betreden.
Maar het finalestuk ligt niet meer in eigen hand, dat vereist volledig vertrouwen.
Zelfs als men uit zou glijden, weet dan dat God het allerbeste met u voorheeft.
Het bungelen duurt nooit zo lang, maar net genoeg om de essentie van het leven te begrijpen.
Angst in alle toonaarden moet worden uitgewist.
Pas dan kan men schoorvoetend aan de hand van Hem die deze weg al heeft gelopen doorgaan.
Schudt u uit, gespt de plunjezak goed vast.
Gooi de overtollige ballast overboord, en loop vol vertrouwen, zo licht als een veertje,
gestadig naar de overkant waar allen u met gejuich zullen opwachten.
Op het moment dat de kleine mens deze angsten zal overwinnen, stijgt hij op, om in de volledige Hemelvaart,
deel te nemen aan het grote geheel.
En vrede zal er altijd met u zijn, omdat u de strijd over het lagere hebt overwonnen.
Daniël. |
|
|