|
|
Opgetekend: 8 april 2003...
 |
Pasen.
De haan kraait,
het Paasfestijn breekt aan.
Nimmer is het paaslam zo bedroefd geweest.
De in alle eeuwen opgebouwde waarde,
heeft zijn klank verloren.
Het lijden wordt nu in hevigheid versterkt.
De vissers, de apostelen, die toen ingezet zijn
om de boodschap te vertolken,
hebben nu moeite de netten open te houden.
De mensheid is verstard.
Het lam, het paaslam, moet nu in ware zin
geofferd worden voor velen.
En dan is het nog de vraag
of het de mensheid bereikt.
Wat wil men dan?
Een gekruisigde persoonlijkheid,
die alle schuld op zijn schouders neemt?
Een geofferd paaslam?
Als de mensheid de blijheid van Pasen wil voelen,
dan moet men met eerbied gedenken
wat een vreselijke kruisiging heeft plaatsgevonden.
Neem eenmaal allen plaats op dat kruis.
Voel de spijkers door de handen gaan
en breng uw verlossing tot een goed einde. Dan pas is het Pasen,
de wederopstanding van velen. |
|
|