|
|
Opgetekend 16 februari 2003...
|

|
De schatten van de basiliek
liggen diep verborgen in de uiterste spelonken. De ridder is na een
lange barre tocht bij de grillige gebergten aangekomen.
Geen grip meer op het geheel. Geen zicht meer op de vóór hem liggende
weg.
Een condor vliegt ver boven hem met hem mee en fluistert de wijze
woorden: doorgaan.
Oude wonden zullen helen, een nieuwe weg is vrijgemaakt. Schoorvoetend
kleine stapjes, op een nieuw onbekend terrein.
De drang naar overwinning, zelfs naar volledige samensmelting is in
ruime zin aanwezig. Maar het is een opgave het te integreren in het
gevoel.
De bomen wijzen de weg, het pad wordt steeds breder. Een lichte
luchtstroom flankeert de ridder op het laatste stukje van zijn
omvangrijke tocht.
Gij berg, bent gij te hoog of heb ik de moed om u te beklimmen?
Bij de eerste stap zal ik voelen dat ik door u wordt gedragen.
De wonden zullen helen, de korsten worden verwijderd. Alle schroom
wordt afgelegd.
Richt uw hulp tot Hem en Hij zal u in liefde de weg wijzen.
De deuren van de basiliek staan open. Alle schatten zijn daar
verzameld.
De eerste schreden op het middenpad zijn de allermoeilijkste, maar
tevens de meest waardevolle. Ga, oh ridder loop gestadig uw pad, en
God zal met u zijn, tot in lengten van dagen.
Het licht dat u al eeuwen zocht en werd versluierd door het duister
heeft een aanvang gemaakt. Loop volledig volgens uw gevoel. Het licht
en het duister zullen zich vermengen en uw thuis zal zich openbaren.
Zoek de graal en gij zult hem vinden.
Johannus de Lichtbrenger. |
|
|