|
|
Opgetekend: 30 mei 2004..
De ridder op het paard aarzelt.
Vóór hem ligt de berg, vol met diepe groeven.
De weg erdoor lijkt zo gemakkelijk maar de groeven zijn vol met tranen.
De tegenslagen op de ingeslagen weg zijn talrijk.
Hoe gemakkelijk liep zijn levensweg.
Menige jonkvrouw werd in het voorbijgaan geholpen.
Zijn leven werd geleefd zonder al te veel hindernissen.
En nu die laatste weg op de berg.
Het paard wankelt, hij voelt de tegenstand.
Heel duidelijk voelt hij dat dit niet samen gelopen kan worden.
De ridder blijft alleen voor de grote opgave.
Hij weet dat de lichtvoetige tijd voorbij is, om het totale doel te
bereiken moet hij offers brengen.
Onlosmakelijk zijn dan de tranen.
De grote inwijding staat vóór hem.
Ridder, houdt moed, loop uw weg gestadig zoals voor u is klaargezet.
Een mist hangt over de berg, de webben strijken over zijn gezicht.
Ridder, betreedt de weg als een tunnel en door de donkere mist zult u het
totale licht vinden..
Alles, maar dan ook alles zal u worden gegeven
als u een waarlijk kind van
het licht durft te zijn. |
|
|