|
|
Opgetekend: 6 december
2002...
Als een sluier die wordt
opgetrokken, de schaduw over het bezwangerde gelaat.
Een nieuwe kijk op vele eeuwen, de reis die leidde naar één punt.
Vele onderbrekingen en obstakels op het pad.
Maar een stuwende kracht, om dóór te lopen vele eeuwen, op een onzichtbaar kompas.
De wegen waren soms geplaveid, velen alleen maar rul zand op de weg, waar diepe karrensporen hun afdrukken in vertoonden.
Een weg bezaait met vele kuilen, vooraf niet in te schatten hoe diep men zou kunnen verzanden.
Een blik op oneindig, voorzichtig schuifelend langs de moerassen.
Een blik naar voren gericht, een ijzeren wil, een doorzettingsvermogen
zoals men maar zelden tegenkomt.
De tocht der tochten, de barre tocht, slingert zich langs vele afgronden.
Dan breekt het licht door. Het lijkt alsof de nevel wordt opgetrokken,
een voorzichtige lichtstraal komt aarzelend tevoorschijn.
Het laat de mens zien die na vele ontberingen zijn weg heeft gevonden.
Tot bloedens toe, de kaken vastgeklemd, loopt men de laatste etappe.
De mens, sterk vermagerd, heeft ingeboet. Maar met doorzettingsvermogen wordt de finish bereikt.
Lange tijd heeft men nodig te herstellen.
Puin moet worden opgeruimd.
Nieuwe bouwwerken worden opgetrokken en in het glanzende licht gezet.
De mens, na vele eeuwen, heeft de gordijnen van zijn toneel laten optrekken.
Weg oude wonden en frustraties.
Als een geheeld mens op een schoon toneel, in het volle licht, zonder sluiers.
Weg maskers, weg obstakels.
Een nieuwe weg voor een nieuw mens! |
 |
|
|