Het kaarsje.
Zij is zo klein, zo onbeholpen,
zó onnoemelijk bang voor de dood.
Zij wil zó graag nog blijven leven,
de onmacht is voor haar zo groot..
Zij is zo gevoelig, zo onzeker,
maakt van alles een probleem.
Zij zoekt zo in het onbekende,
wat de juiste weg kan zijn..
Zij heeft een lichaam dat het af laat weten.
Maar zij klampt zich aan alles vast.
Jaren had ze al angst opgebouwd,
droeg dat mee als een grote last..
Zij is zo klein, zo onbeholpen,
vechtend met haar pijn.
Een kaarsje wat langzaam uit gaat.
Een mensje wat straks vrij mag zijn..

Zij is zo gevoelig, zo onzeker,
maar wel vast houdend aan haar geloof.
Laat God haar de weg maar wijzen.
Wat deze weg ook mag wezen,
deze ziel hoeft niets meer te vrezen.. |