|
|
Opgetekend:
15 december 2005..
Lang, lange tijd geleden, ging de mens gezamenlijk hand in hand
naar 't kleine kapelletje in het bos. De sneeuw knisperde, een
heldere maan er boven met duizenden kleine sterren.
Bezielde mensen met warmte in hun hart, vol van het prille
kerstgebeuren. De deuren stonden open. Kerstliederen weerklinken
tussen de bomen. Een welkom zoals men maar zelden voelt. De
klokken luiden, de kerststal baadde in het licht, de kaarsen
brandden. Allen knielden en staken hun kaarsje aan. Een
verbondenheid voelbaar in de harten van allen die de
kerstliederen zongen. |
 |
En de ziel die overgegaan is kijkt
met weemoed neer op de mensen. Hij voelt de warmte en
saamhorigheid.
Nu weet hij dat alles zó groot en zuiver is, het kerstkind is
niet voor niets geboren.
Gloria in Excelsis Deo. |
|
|