De stormen striemen, het zeil
staat bol,
allen staat men klaar voor de laatste tol.
De brug hij gaat langzaam open,
men heeft lang, veel te lang gelopen.
Met gebed heeft men u begeleid,
zodat men niet verder meer uitglijd.
De laatste sleutel wordt gegeven,
de tolpoort voor uw nieuwe leven.
Zonder offer kan men niet verder gaan,
als men met de Heerschare mee wil gaan.
Om glad ijs en hoge golven te trotseren,
moet men zich flexibel laten gaan.
Dan zal het getij zich keren,
en zal u niets meer in de weg staan.
De arend daalt vol wijsheid op u neer,
hij cirkelt boven uw levenspad.
Alle zegen krijgt u keer op keer,
God is zijn kind nabij,
en helpt u met het moeilijke getij.
Velen bleven te lang dralen,
in liefde komt God zijn schapen halen.
De goddelijke herder brengt ze in liefde naar huis,
en schenkt ze allen nu een echt thuis.
Aarzel niet mijn kind, volg volledig uw gevoel,
u staat rechtstreeks voor uw doel.
Laat liefde uw hart doorstromen.
Alleen zo kan God tot U komen.
In liefde aangereikt. |

|