|
|
Opgetekend:
8 september 2005..

Een mens zó bang, trillend als een espenblad.
Een bang mens op weg, het vertrouwen verloren..
Een gevoel van eenzaamheid, de weg zo kwijt..
Wetend niet hoe te lopen, iedere trede op de trap zo omhoog..
Niet wetend hoe de handen uit te steken, de leuning van de trap
te zoeken, het licht niet kunnen vinden, de warme stem niet te
horen..
Een mens, zó bang om een nieuwe stap te zetten, een zeer bang
mens op weg, terwijl de hulp zó dichtbij is. |
| |
Een mens zo bang om niet meer
wakker te worden, rampen en ziekten op het geestesoog. Een mens,
de weg zó kwijt, terwijl de trap zo veilig is..
Een bang mens op weg, nog steeds trillend als een espenblad.
Maar de weg is uitgelicht, en het Hoge is nabij.. |
|
|