|
|
Opgetekend: 15 september 2002...
Vol verlangen, een opgeheven gezicht, alle liefde naar God gericht.
Een stroom van eerbied golft daar doorheen.
Het beeld van een kindje zo rein.
Zouden dit enkel gedachten zijn?
Een lichaam wat glanst in de ochtendgloed, vol verwachting van hetgeen er voor haar staat.
Een gelukzalige rilling glijdt over haar lichaam, een welkom zoals maar zelden voorkomt.
Een verlangen, een wachten op iets wat in de verste verte niet valt te evenaren.
Een eenheid, zo zuiver als een kostbare parel op het sneeuwwitte zand.
Een bloem die zich vertakt als een steel met 2 stampers.
Samen leven, samen zóveel te geven.
Een volwaardige eenheid zoals maar zeer zelden voorkomt.
Een teken in de sferen, de mensenkinderen mogen zich verbinden.
God de vader lacht en geeft zijn onvoorwaardelijke zegen.
Zelden zullen mensen zo in elkaar op kunnen gaan.
De tijd van aarzeling is voorbij.
Beide zullen doordrongen zijn van een stille rijpe liefde naar de ander.
De steen wordt geheeld, beide delen sluiten feilloos over elkaar.
In de naam van de Vader wordt het kind aan de wereld toevertrouwd.
God laat niet met zich sollen, alles gebeurt op de juiste tijd.
Maak u klaar mensenkinderen, mijn zoon wordt voor u op de aarde gezet.
Verhoog uw trilling, en aarzel niet.
Alles geschiedt in de zuivere naam van God de Vader die u allen zo liefheeft.
Zo danken wij.
Gabriël. |
 |
|
|