|
|
Opgetekend:
17 september 2005..
Een gouden draad, een zuivere verbinding. De
ridder toont zijn emotie, zijn gemalin holt hem tegemoet. De
draden zijn zó uitgerekt, de tocht was zó lang. Beiden weten dat
er eenheid komt, bepaalt door het allerhoogste.
De wegen naar elkaar zijn bezaait met kiezels. Vóór hen het
spierwitte zand, wat nog zuiver en rein is. De handen
uitgestrekt, elkaar optillend op de weg. Geestelijk zo'n rijke
verbinding, die lichamelijk bezegeld wordt. |
 |
Witte, zilveren en gouden kleden over beiden schouders
gedrapeerd. De zieledelen komen thuis, waar de vader ze in
liefde opwacht.
Samen leven, samen delen, de grote universele liefde
verspreidend. Tweelingzielen in de geest, hun harten versmolten
tot één geheel.
Zielenliefde, liefde tot in de ziel..
|
|
|