|
|
Opgetekend: 10 september 2002...
Een gezwel van haat dat zich
manifesteert boven moedertje aarde.
Een rookpluim doordrenkt van een brandende geur, de aarde wacht af.
Nooit had men kunnen bevroeden dat zij zo beproefd zou worden.
De mensheid trilt van binnen.
Nieuwe aanslagen zijn niet uit te sluiten.
Kinderen projecteren fantasieën en lijden aan nachtmerries.
De aarde zwelgt.
Heel diep onder de oppervlakte rommelt het, de scheidingslijnen zullen worden getrokken.
De mensheid is op de vlucht
en weet niet meer de koers te bepalen.
Allen zijn op zoek naar de uitgang en zoeken zekerheid.
Voordat de klok twaalf uur zal slaan zal de mensheid diep van binnen
voelen
dat de wereld iets kenbaar wil maken.
Asregens komen over de willoze mensenmassa. De lucht die men inademt
is zo kostbaar
en zal kunnen leiden tot een laatste snik.
God, voorzover men daar nog aan vast wil houden,
heeft de mensheid dit al eeuwen geleden voorgehouden.
Er komt een verdeeldheid,
alles gaat leiden naar één punt.
Laat los, laat los alle oude waarden, richt u naar binnen
en verbind u met Hem die u de weg kan wijzen.
De weg ligt bezaaid met allen die door hun krankzinnige haat willen
opkomen
tegen al wat ooit met liefde door God is neergezet.
Steden, landen, alles zal aangetast worden.
Het vocht sijpelt de huizen binnen,
vele rampen en gevechten zullen aanvangen.
En dan splijt de aarde open en Hij die u heeft geschapen staat voor u
in al Zijn grote eenvoud en leidt al Zijn schapen die geloven in goede
zaken
veilig naar de ark.
Laten wij bidden en vragen of de grote kracht van de duistere
elementen zich mogen afwenden
en het grote licht kan overheersen.
Dan is er nog hoop voor de mensheid. |

 |
|
|